Geldcreatie: de bank die geld maakt

Ik dacht dat ik wel begreep hoe een bank werkt. Spaarders brengen geld naar de bank, krijgen een beetje rente en de bank leent het geld vervolgens uit voor iets meer rente. Wanneer er meer geld bij moet komen dan is dat een taak van de overheid, die daar de Nederlandse Bank voor gebruikt. Maar dat beeld blijkt helemaal niet te kloppen! Banken mogen zelf geld maken; het heet geldcreatie. Het is geen geheim, want op de websites van grote banken is er informatie over te vinden, maar ik was redelijk verrast…hier wilde ik meer over weten en daarom ben ik er wat meer in gedoken. In dit artikel probeer ik het uit te zoeken. Ben jij ook nieuwsgierig geworden?

Geldcreatie: de bank die geld maakt; debudgetman.nl

 

Hoe het dus niet werkt

Banken lenen dus geen geld uit dat spaarders hebben ingeleverd. Dat geld van spaarders dient wel een doel, maar dat zal ik zo proberen uit te leggen. Geld dat wordt verstrekt als hypotheek komt dus niet uit de oude sok van spaarders. Je kunt eigenlijk wel zeggen dat er geen relatie meer is tussen het echte geld (munten en bankbiljetten) en een uitgegeven hypotheek.

Wat (gelukkig) wel werkt zoals velen aannemen, is dat de centrale banken, met de overheid als aandeelhouder, de enigen zijn die echt geld mogen drukken. Dat mogen commerciële banken (zoals de ING en de Rabobank) niet. Maar er zijn meer ‘soorten geld’ en daarin hebben commerciële banken meer vrijheid.

 

Hoe werkt de bank

Het gaat geen ingewikkelde blog worden, maar er moeten een paar termen worden uitgelegd:

De Nederlandse Bank mag geld drukken. Dit ‘echte’ geld kun je in je portemonnee stoppen en wordt chartaal geld genoemd.

Het meeste geld in Nederland hebben we niet contant, maar staat op een rekening. Dit digitale geld wordt giraal geld genoemd. En hier wordt het interessant, want commerciële banken mogen dus zelf giraal geld in omloop brengen. Dit wordt geldcreatie genoemd.

 

Voorwaarden voor geldcreatie

Gelukkig zijn er strenge voorwaarden verbonden aan het aanmaken van giraal geld. Zo moet dit geld een bestemming hebben. De eerder genoemde hypotheek is daar een goed voorbeeld van. Wanneer je bij de bank een hypotheek van bijvoorbeeld €300.000,- afsluit, dan staat er tegenover dit geld een verplichting open. Jij, als woningeigenaar, hebt afgesproken om dit bedrag in 30 jaar ongeveer 1,5 a 2x terug te betalen ( dat is de rente plus aflossing).

De bank hoeft die €300.000,- echter helemaal niet in bezit te hebben om de hypotheek te kunnen uitgeven. Zij mogen dit girale geld met een paar drukken op de knop laten ontstaan. Niemand gaat namelijk met een koffertje vol euro’s naar de notaris. Dit geld bestaat alleen digitaal (op de rekening).

Er is nog een voorwaarde verbonden aan geldcreatie. Zo moet een bank een reserve van ‘echt’ geld aanhouden die de uitgezette leningen afdekt. En hier komt het spaargeld in beeld. Een bank moet 3% tot 10% van een bedrag in reserve te houden bij het uitgeven van een lening. Wanneer we uitgaan van de minst strenge norm, dan moet een bank €9000,- in bezit hebben om de hypotheek van €300.000,- uit te geven. De overige €291.000,- maakt de bank uit het niets, door middel van geldcreatie.

 

Winst en risico’s

Door deze manier van werken begrijpen we dat de ‘liquide reserves’ (het geld dat in reserve wordt gehouden) maar een fractie is van het totale bedrag dat een bank heeft uitgegeven. Wanneer een bank 1 miljoen in reserve heeft, dan staat daar in het maximale geval 33 miljoen Euro aan leningen tegenover.

Hier wordt geld verdient. De bank int namelijk rente over de 33 miljoen aan leningen, terwijl zij rente betaalt over slechts 1 miljoen. Het verschil tussen de ontvangen rente en de rente die een bank over haar reserve moet betalen, wordt rentemarge genoemd. Het is de grootste bron van inkomsten voor een bank. Nu begrijpen we ook dat het snel mis kan gaan met een bank wanneer klanten hun geld komen opeisen. Dat geld is er namelijk niet.

Nog een keer het voorbeeld van de hypotheek van €300.000,-
Stel: deze wordt afgesloten als annuïteiten hypotheek, de meest gekozen vorm. De rente is 3% en staat 30 jaar vast. In totaal wordt er dan €159.000,- aan rente betaald en natuurlijk €300.000,- afgelost. De bank verdient dus €159.000,- door €9000,- in reserve te houden!

 

Waarom is dit interessant?

Het huidige systeem biedt banken veel vrijheid. En zolang iedereen netjes zijn schulden betaalt blijft het systeem overeind, verdient de bank goed en is er niemand die er verder bij stil staat.

In het huidige systeem komt de winst terecht bij de bank en haar aandeelhouders. Maar de risico’s komen bij de belastingbetaler terecht, zie de laatste kredietcrisis.

En de kredietcrisis heeft ook geleerd dat het goed mis kan gaan. In die tijd zijn er stemmen opgegaan om de vrijheid van banken in te perken. Een alternatief zou zijn om alleen de centrale bank toestemming te geven om door middel van geldcreatie giraal geld te maken. Op die manier komt de winst van het maken van giraal geld terecht bij de overheid, samen met de risico’s.

Het is alleen, zover ik weet, nog niet eerder uitgeprobeerd om een financieel systeem om te zetten en de vrijheden van de commerciële banken in te perken. Uiteraard zijn er veel deskundigen die waarschuwen voor de risico’s.

Waarom dit interessant is? Omdat de Zwitsers op 10 juni gaan beslissen of zij de vrijheid van de commerciële banken willen inperken, of niet. Alleen de centrale bank zou dan nog geldcreatie mogen gebruiken. Zwitserland: is geen lid van de EU, maar er schijnt wel vrij veel geld op spaarrekeningen te staan. Het kan een interessant experiment worden..

Meer lezen?

2 gedachten over “Geldcreatie: de bank die geld maakt

  1. Kun je stellen dat dus niet alleen de rente, maar ook de aflossing, winst is voor de bank? De bank creëert geld en verstrekt dat vervolgens tegen rente aan mij. In mijn ervaring is dat dan nog steeds virtueel (oftewel: bedacht) geld. Het wordt pas echt geld als ik het via aflossing weer betaal aan de bank. Klopt die gedachtengang?

    • Er is een verschil. Het geld dat een bank creëert is wel degelijk echt geld. Het is alleen niet van de bank, maar van de klant. Wij besteden dit geld als klant om nieuwe verplichtingen aan te gaan, zoals het kopen van een huis. De verkoper (ook een klant van een bank) incasseert dit geld en lost daarmee zijn oude hypotheek af. Afgeloste hypotheken verdwijnen weer van de balans van een bank. Dit heet ‘geldvernietiging’. De geïncasseerde rente is winst voor een bank, de aflossing is onderdeel van de geldvernietiging (uitstaande schulden die van de balans verdwijnen).

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: